Als je partner is opgenomen

Nog geen anderhalf jaar woonde mevrouw Van Rossem-Lamers met haar man in hun appartement in Etten-Leur toen dementie hen scheidde. Surplus bracht haar in contact met lotgenoten. ‘Artsen kunnen je alles over Alzheimer vertellen, maar niet hoe je er als partner mee om moet gaan.’

Dat ze al zo snel van elkaar gescheiden zouden worden, hadden mijnheer en mevrouw Van Rossem niet kunnen denken toen ze zich in inschreven voor een zorgappartement in de Kloostergaard in Etten-Leur. Tientallen jaren woonde het echtpaar in Prinsenbeek. Zij leed aan reuma, hij verzorgde haar. Maar toen ze eenmaal verhuisden, waren de rollen omgedraaid: met haar reuma ging het steeds beter, zijn vergeetachtigheid bleek de eerste fase van dementie. ‘Opeens was ik zijn mantelzorger, in plaats van hij de mijne’, zegt mevrouw  Van Rossem vanuit de grote bank in haar ruime appartement in Etten-Leur. ‘We hoopten hier samen leuke dingen te gaan doen. Tja, en nu zit ik hier alleen.’
Van Rossem, net als haar man van huis uit verpleegkundige, is een optimistische, ondernemende vrouw. Bij het lopen laat ze zich ondersteunen door een rollator, maar in haar auto rijdt de 80-jarige nog overal heen.

‘Het begon met kleine dingetjes’, herinnert ze zich de eerste fase van de ziekte van haar man. ‘Het licht vergeten uit te doen, op vakantie de weg naar huis kwijtraken.’ Na de verhuizing verslechterde de situatie snel. ‘Hij kon heel onrustig zijn. Rondlopen, alle kasten opentrekken. Dan zocht hij iets maar wist niet wat. ’s Nachts droomde hij veel, waardoor ik slecht sliep. Ja, ik was er 24 uur per dag mee bezig.’ De geest van haar man reisde terug naar het verleden, naar de oorlog. ‘Dan riep hij opeens: ‘Weg hier! De moffen komen!’ Zag hij overal soldaten.’

Het onafwendbare moment brak aan: na een huwelijk van 53 jaar werd mevrouw Van Rossem van haar man gescheiden, al was het maar een paar deuren. ‘Daar woont hij, aan de achterkant’, wijst ze door het raam. In het nieuwe appartement van haar man is permanent zorg beschikbaar. Iedere dag bezoekt ze hem. ‘Dan gaan we samen wandelen. En oefenen. Dan doen we veel. Mantelzorg houdt niet op als je partner is opgenomen.’

Dat Surplus haar benaderde voor ondersteuning, vond ze erg prettig. ‘Ondersteuning voor mantelzorgers? Dat had je vroeger helemaal niet. Maar het is hard nodig. Anders zit je maar te zoeken in het donker.’ Binnenkort doet ze mee aan de Mantelzorgdag, in de agenda staat ook een bijeenkomst over erfrecht.

Hoewel ze haar man soms ziet als kind, kan hij haar op heldere momenten opeens treffen: ‘Dan zoekt hij een woord waar hij niet op kan komen, en dan zegt hij opeens: ‘Die rotziekte!’’
Van Rossem deelt dit soort ervaringen in het Mantelzorgproject, waarin partners van dementerenden eens in de twee weken onder begeleiding van Surplus samenkomen. ‘Dat is heel informatief en tegelijk erg leuk. Je leert ervan en je herkent dingen bij elkaar, maar tegelijk merk je dat er veel verschillen zijn in dementie.’

Ondersteuning van mantelzorgers vindt ze belangrijk. Want: ‘De artsen kunnen je alles over Alzheimer leren, maar niet hoe je daar als partner mee om moet gaan.’

Publicatiedatum: 7 nov 2016