Ellen Korse neemt afscheid

“Wat mij het meeste aansprak in het vak van maatschappelijk werker was dat je doet wat echt nodig is om mensen een steuntje in de rug te geven waardoor zij zelfstandig weer verder kunnen.” Ellen Korse, regiomanager voor Surplus Welzijn in de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk en Zundert, neemt vanwege haar besluit om met prepensioen te gaan afscheid van het werk. In een vraaggesprek blikt zij terug op deze werkzame periode in haar leven.

Algemeen Maatschappelijk Werk
“Maatschappelijk werk was een creatief vak waarbij je goed moest luisteren, ook naar ‘de vraag achter de vraag’ en samen met de mensen op zoek ging naar wat nou echt hielp. Later, in de jaren tachtig, werd het vak meer in regels gevangen. Dat maakte dat maatschappelijk werkers minder zelf durfden te bewegen en hun handelen steeds vaker gingen toetsen aan een protocol. Er zijn echter geen standaard problemen met standaard oplossingen. Daarom is het beter als mensen zelf creatief gaan zoeken naar pragmatische oplossingen die echt passend zijn. Daar gaan we nu weer wat meer naar terug en daar ben ik blij om.”

Beginperiode
“In mijn beginperiode gingen we op de klant af als we merkten dat er iets aan de hand was of als de huisarts daar om vroeg. Ook dat veranderde in die jaren. We mochten ons niet meer op eigen initiatief met mensen bemoeien in verband met hun privacy en klanten moesten zelf met een vraag naar het kantoor komen. Mogelijk is dat toen wat teveel doorgeschoten. Het is vaak helemaal niet zo gemakkelijk, als je de situatie even niet meer zo goed kunt overzien, om zelf met een vraag te komen of hulp te zoeken.”

Eigen sturing en verantwoordelijkheid

“Wat er nu is vind ik een mooie mix. Enerzijds de eigen sturing en verantwoordelijkheid van mensen zelf. Het niet vóór iemand oplossen, maar samen met iemand, uitgaande van de eigen kracht en de mogelijkheden in de directe omgeving van mensen. Daarbij horen geen standaard oplossingen maar creatief maatwerk.  Anderzijds ook, als we denken dat er echt iets aan de hand is, er wèl op af gaan. Niet jezelf opdringen, maar wel op een actieve manier je zorgen kenbaar maken en samen kijken wat je voor die persoon kunt betekenen.”

Welzijnsteams
Als regiomanager heeft Ellen kunnen bouwen aan brede welzijnsteams per gemeente, waar wijkwelzijnswerkers en hulpverleners elkaar weten te vinden en samenwerken. Zij is trots op haar medewerkers voor wie ze veel respect heeft. “Samenwerken in teams en daarbij over de grenzen van je eigen vak heen kunnen kijken vind ik erg belangrijk. Kijken naar wat mensen verbindt, wat hen enthousiast maakt en hen mee te laten praten. Ik ben ervan overtuigd dat samenwerking altijd leidt tot betere besluiten en voor ons dus tot beter welzijnswerk en betere resultaten voor de burgers in ons werkgebied. Een mooi voorbeeld daarvan was de realisatie van De Kerkwerve. Daar zijn we met veel verschillende partijen en organisaties in één gebouw gehuisvest. Wat je merkt is dat het zo enorm geholpen heeft om mensen over de eigen grenzen heen te laten kijken, om samen te werken en elkaar op te zoeken om daarmee een beter resultaat te behalen voor de mensen waarvoor en met wie wij werken.”

Avans Hogeschool
Ellen heeft zich de afgelopen jaren ingezet om de samenwerking met de Avans Hogeschool te intensiveren. “Deze samenwerking is een win-win situatie. Avans wil goede toekomstige welzijnswerkers opleiden en wil dat leerlingen en leraren betrokken zijn bij de praktijk. Wij willen onze medewerkers blijvend ontwikkelen. Het geeft ook een meerwaarde dat ‘buitenstaanders’ binnen komen kijken en ons met objectieve ogen een spiegel voorhouden. Zo hebben wij vierdejaars studenten een onderzoek laten uitvoeren onder onze medewerkers. Eén van de conclusies was dat onze medewerkers hun werk goed doen en passend bij de eisen van deze tijd, maar dat onze mensen, zoals zij dat noemen, ‘onbewust bekwaam’ zijn. Zij weten wel de resultaten van hun werk te benoemen, maar vinden wat ze doen zo vanzelfsprekend, dat ze veel te bescheiden zijn over het benoemen van hun eigen aandeel in het resultaat.”

Vrijwilligers
Surplus Welzijn heeft ook heel veel vrijwilligers die zich, vaak jarenlang, inzetten voor de diverse welzijnsdiensten in de verschillende gemeenten. “Dankzij de grote diversiteit aan mogelijkheden kunnen we goed kijken wat het beste bij hen past, want zij willen er natuurlijk zelf ook voldoening en plezier aan beleven. Onze vrijwilligers zijn enthousiast en voelen zich gewaardeerd door de mensen voor wie zij het allemaal doen. We ondersteunen hen daarbij door bijvoorbeeld scholing en begeleiding te bieden en door hen verantwoording te durven geven. Zij zijn een groot goed voor ons want zonder deze vrijwilligers zouden we onze taken lang niet allemaal kunnen blijven uitvoeren.”

Pluspunten
In de regio heeft Surplus Welzijn de beschikking over een aantal Pluspunten. Dat zijn echte ontmoetingsplaatsen voor mensen, veelal ouderen, in de buurt. “Het zijn prachtige panden, maar ik ben veel trotser op wat er in die panden gebeurt en vooral hoe dat gebeurt. Het zijn plekken geworden waar mensen ongelooflijk voor elkaar zorgen. Vitale ouderen die zorgen voor de iets kwetsbaardere ouderen en actieve ouderen die zich inzetten als vrijwilliger. We zien ook een mix; ouderen die het ene moment vrijwilliger zijn en het andere moment zelf  deelnemen aan een activiteit. Die rollen lopen daar allemaal door elkaar. Ik zie ook hoogbejaarde mensen die zelf nog meekoken, voor anderen, in het eetpunt en daardoor zelf actief en vitaal blijven. Ik vind de vitaliteit in de Pluspunten heel mooi. Ik ben er echt van overtuigd dat het ‘er op uitgaan’ en het ‘samen dingen ondernemen’ niet alleen de grote groep bezoekers, maar ook de vrijwilligers jong houdt en daarmee afleidt van de ongemakken die nou eenmaal horen bij het ouder worden. Mensen blijven onder de mensen en waar nodig ontstaat er geleidelijk een kringetje van zorg om hen heen. Dat is prachtig.”

Terugblik
Terugblikkend op haar werk als regiomanager zegt Ellen: “Er is echt wel wat veranderd in de samenleving. We worden gelukkig steeds ouder en die ouderdom komt soms met gebreken of kan gepaard gaan met het verlies van een dierbare. Je wordt misschien minder mobiel of gaat je eenzamer voelen. En wat ik zo mooi vind van deze tijd, is dat we het daar over hebben. Ook in mijn kennissenkring praten we erover wat we nu en straks voor elkaar kunnen betekenen. Door op deze manier samen aan je eigen netwerk te bouwen, waar nodig met ondersteuning van het welzijnswerk of wijkverpleging, kunnen we hopelijk langer vitaal en zelfstandig blijven. In Nederland kennen we een behoorlijk peil van zorg. De uitdaging voor de toekomst is om de begrensde middelen die er zijn zo in te zetten dat we de hulp behouden voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. Daarvoor zullen oplossingen dicht in de eigen omgeving gevonden moeten worden, wat de hulp- en zorgverlening daarmee duurzamer maakt.”

Publicatiedatum: 15 dec 2014

Gepubliceerd bij: Surplus Welzijn, Surplus Groep